Project van/

 © 2018 door beweging.net | disclaimer | privacy policy | cookies​

Met dank aan deze initiatieven

Met steun van

LUCHTKWALITEIT in een notendop

Fijn stof. Ozon. Roet. We worden regelmatig om de oren geslagen om stoffen die onze lucht zouden verontreinigen. Om het bos door de bomen te zien, geven we hier kort een overzicht van welke stoffen en factoren onze luchtkwaliteit kunnen beïnvloeden. We vullen dit overzicht de komende maanden verder aan. 

Er zijn een veelheid aan vuilers uit een veelheid aan bronnen. We beperken ons hier tot een viertal gekende poluenten: 

  • De meest bekende is fijn stof. Hier gaat om alle deeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer (PM10), kleiner dan 2,5 micrometer (PM2.5) of ultra fijnstof die kleiner zijn dan 0.1 micrometer. Dat fijn stof kan vanuit vele bronnen afkomstig zijn. Denk maar aan verbranding maar ook verkeer of de landbouw. Ook natuurlijke bronnen, denk maar aan het Sahara-zand of stuifmeel, kunnen component zijn van fijn stof. Concentraties worden meestal uitgedrukt in µg/m³ of microgrammen per kubieke meter en worden naast de uitstoot ook bepaald door de weersomstandigheden. Soms ontstaat fijn stof ook als gevolg van reacties met andere stoffen in de lucht zoals stikstofoxides of ammoniak. Projecten die hierrond metingen doen zijn bijvoorbeeld Airbezen, Influencair en Leuvenair.

    De gezondheidseffecten van fijn stof zijn het best onderzocht. Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze kunnen infiltreren in ons lichaam. Daarnaast veroorzaken ze diverse klachten rond de luchtwegen en ademhaling en bevatten sommige stofdeeltjes toxische of kankerverwekkende stoffen. Ook zijn er meer en meer aanwijzingen van negatieve effecten met hart- en vaatziekten tot gevolg. Bepaalde groepen zijn vatbaarder voor fijn stof dan anderen, zeker wanneer zich piekconcentraties voordoen.

    In het kader van het CAFE programma (Clean Air For Europe) werd berekend dat in het jaar 2000 door blootstelling aan PM2,5 de levensverwachting in de EU gemiddeld daalde met 8 maanden. Voor Vlaanderen werd berekend dat een inwoner gemiddeld ongeveer één gezond levensjaar verliest door de chronische gezondheidseffecten van PM2,5.

    Daarnaast speelt ook de duur van de blootstelling een belangrijke rol. De Wereldgezondheidsorganisatie hanteert daarom een aantal richtwaarden die best niet worden overschreden. Voor PM2.5 gaat het over een jaargemiddelde van 10 µg/m³ en een daggemiddelde van 25µg/m³ dat niet meer dan drie keer per jaar mag worden overschreden. Voor PM10 ligt dat op respectievelijk 20 µg/m³ en 50 µg/m³. Europa hanteert soepelere grenswaarden. Zo mogen de PM10 concentraties niet hoger zijn dan 40 µg/m³ en de daggemiddelde PM10-concentratie mogen op hoogstens 35 dagen per jaar hoger zijn dan 50 µg/m³.

     

  • De stof die vandaag veel gemeten wordt, bijvoorbeeld in het project van Curieuzeneuzen, is stikstofdioxide of NO². Deze stof komt vrij tijdens verbrandingsprocessen en is stof die veel zegt over het verkeer en dan vooral de impact van dieselwagens op onze luchtkwaliteit. Het is een stof die zorgt voor heel wat klachten en problemen aan de luchtwegen alsook kan zorgen voor irritatie aan ogen, neus en keel. ​